(on)mogelijkheden bij het aanlanden van verse vis

Hoe kan een mooie en gezonde sector (letterlijk en figuurlijk) toch zó ernstig gefrustreerd en belemmerd worden? Nu al bijna een jaar lang geen énkele beweging of vooruitgang vanwege infractieprocedures. Waarom werd er überhaupt verordineerd dat vis in de haven van aanlanding (opnieuw!) gewogen en/of zelfs gesorteerd moest worden? Wat is de aanleiding het nut en de noodzaak, en waar is dat allemaal op gebaseerd? En wat voor gedrocht is een steekproefplan in de handen van een ambtenaar per lidstaat naar politieke willekeur?  En wat is de concrete urgentie voor het toekennen van ''prioriteit'' aan IUU, en wat heeft dat met het aanlanden van (dag)vers zeebanket te maken? Wat is daarbij de invloed vanuit EU/Brussel, en hoe reageert en acteert LNV daarop, en wat heeft dat voor gevolgen voor de werkwijze van de NVWA?

We deden wat onderzoek en stuiten op een rapport wat i.o.v. LNV door Deloitte is vervaardigd, kost wat maar dan heb je ook wat. Schuingedrukt de letterlijke teksten uit het rapport, die beurtelings schokkend stigmatiserend of soms ook lachwekkend zijn.

Te beginnen met het domein ‘’vis duurzaamheid’’ met als quote ‘’het stimuleren van duurzame visserij’’ Er zijn vier ‘’aandachtsgebieden’’ en deze zijn gezien de grote weer onderverdeeld in "zes taken’’ 1toezicht zee, 2aanlanden, 3registratie, 4IOO/IUU, 5kust/binnenvisserij, 6overige. Alles wordt door LNV gefinancierd, budget NVWA 350 miljoen. 1.Toezicht zeevisserij. Blijft belangrijk, vooral om ‘’goodwill’’ te creëren bij EU en andere landen, NVWA heeft onvoldoende capaciteit om aan deze ‘’internationale verplichtingen'' te voldoen. De visserijsector kent weinig spontane nalevers. Het risico op ''overbevissing'' is onverkort groot, het ‘’naleef gedrag’’ gaat nog slechter worden bij minder capaciteit. Toekomstig zal het door drones en cameratoezicht wel effectiever worden. Visuele waarnemingen blijven echter ook noodzakelijk. In strafrechtelijk onderzoek wordt namelijk gevraagd wat is waargenomen. 2.Toezicht bij aanlanden.  Dit wordt niet goed genoeg uitgevoerd. Het verantwoordelijke domein is met het ''steekproefplan'' door het ijs gezakt. Het grootste risico dat bij de rijksoverheid ervaren wordt is dat van een infractieprocedure. De EU-regels worden nog niet volledig opgevolgd, en dat is van het grootste belang om hiermee ''goodwill te creëren in Brussel''. De angst voor infractie=schending is loop 2020 bewaarheid geworden, en heeft vooral als politieke uitwerking dat men ''elkaar uit de wind'' gaat houden. (voor de sector zelf betekent het vooral zeer ernstige belemmering zonder enig uitzicht op een werkbare situatie) Andere risico’s zijn fraude, wegsluizen, en (niet nader gedefinieerde) risico’s m.b.t. de voedselveiligheid. 3.Tegengaan IUU. De inspectie heeft onvoldoende capaciteit om ‘’de signalen’’ die uit deze taak voortvloeien af te handelen. Het aantal ‘’complexe fraudezaken’’ neemt toe. De taak (recent 2 fte extra) ligt deels bij FMC (fishery monitoring centre). Het FMC zet steeds meer ‘’signalen’’ door die dringend extra capaciteit op de havens nodig maken. Er is risico op onbestrafte criminaliteit, milieu, en voedselveiligheid. 4.toezicht kust en binnenvisserij. Onvoldoende capaciteit voor deze taak. Stroperij heeft vrij spel. Risico; visstand, milieu, politiek/bestuurlijk. 5. Brexit. Bepaalde visserijsectoren zijn sterk afhankelijk van VK wateren. VK is nu 3e land en vergt derhalve strenge controle volgens IUU. Nederlandse visafslagen verwerken een grote hoeveelheid (vlag)vis, dit vergt regulering en handhaving. Tenslotte; algemene ontwikkelingen zoals verbod puls, toename visserijbeperkende maatregelen natura2000, en windparken leiden tot negatief effect hoe de inspecteurs worden ‘’bejegend’.

Vanuit de EU blijft het daarom ook niet bij een infractieprocedure, ze claimen ook ''prioriteit'' voor verscherpt toezicht op basis van IUU (illegaal, on-gemeld, en ongereglementeerd) Onvoldoende toezicht (dat wordt nadrukkelijk gesteld) leidt tot overbevissing en afname van de biodiversiteit, en ook schade aan de natuurlijke leefomgeving. Het ''visstand-beheer'' is maatschappelijk en politiek een gevoelig onderwerp wat als snel tot onrust en Kamervragen kan leiden. De verantwoordelijke minister zet daarom top-down in op fórse maatregelen. Want; de wijze waarop het toezicht en passende (beheer)maatregelen worden vormgegeven, zijn politiek een steeds terugkerend onderwerp.  De NVWA werkt aan al deze gevoelige dossiers d.m.v. integrale ketenanalyse (IKA).  Bevindingen, conclusies, en aanbevelingen zullen dan aanleiding zijn tot intensivering. Aan het slot; de algehele naleving over de breedte van de beroepsvisserij is matig tot slecht. En bij herhaling; de sector kent géén spontane nalevers.

Nu wordt er veel duidelijk, dit bepaalt de ‘’grondhouding’’ van onze regering en dit straalt af op de (vele) ambtelijke disciplines, directies, divisies, en domeinen. Het budget van 350 miljoen voor de NVWA is niet voldoende, en er moeten snel extra mensen opgeleid worden. Een vooropleiding is niet nodig, in zes maanden kunnen ze intern worden opgeleid. De ‘’ondermaatse (leuke woordgrap uit het jargon) handhaving’’ kan het imago van NL schaden. Resume; de visserijsector wordt als ‘’schadelijk’’ voor Nederland ervaren i.p.v. gezond, en kan hiermee bepaald geen goede sier maken in Brussel. Er gaapt een onoverbrugbare kloof tussen de rijksoverheid/politiek en de veldwerkers uit de primaire sectoren. De verhouding werkende man- ambtelijk toezicht/controle/handhaving is 1:3 Men hanteert een ''voorzorgsprincipe'' wat bij strikte toepassing op den duur álles onmogelijk maakt. De wal zal het schip dus letterlijk en figuurlijk blijven keren, en dat niet alleen in onze mooie sector. Het is regel op regel en gebod op gebod als doel in zichzelf. De visserijsector is een lastig zoemende vlieg, uitermate geschikt om naar te meppen. Veel meer geluid als irritant zoemen brengt de verdeelde sector helaas niet voort. Nu is hij opnieuw in de gordijnen gejaagd, eerdaags als hij op een geschikte plek gaat zitten krijgt hij de genadeklap. Of misschien ook niet, insecten kunnen soms tóch nuttig zijn.